Een Griepje Mét

06:00



Laatst lag ik twee dagen ziek op bed. Beeldschermen deden pijn aan mijn ogen, de hoeveelheid ongeopende mailtjes en genegeerde Facebooknotificaties maakten me huiverig, en oh ja, de koorts was ook niet erg prettig. Mijn vriend kon me eindelijk pesten met het feit dat ik nu ook echt bij de “het heerst” club hoor, en ik at lekker een doos soepstengels leeg, net als vroeger. De druk die ik op mijn borst voelde, echter, was niet van de griep, dat wist ik zeker. Het was een wereld aan zorgen die mijn adem stokte. Dit was niet het moment om ziek te worden. Ik had een fotomeeting te regelen, een deadline voor mijn scriptie, een essay en motivatiebrief voor de toelating van mijn Master te schrijven, twee onbewerkte shoots, een essay en presentatie voor een ander vak, een shoot die ik wéér moest afzeggen, en. Mijn. Adem. Haling…

Twee dagen gingen voorbij. Ik lag op de bank, draaide me om, gooide dekens van me af en haalde extra dekens van de slaapkamer. Ik ben zeker zieker geweest, heb wel eens een zwaardere griep gehad, maar dit was anders. Dit was een griepje mét. Een griepje met alle toekomstzorgen die nu toch wel echt eng dichtbij komen. Ik schrijf mijn scriptie. Mijn. Bachelor. Scriptie... Dat betekent dat ik nog maar heel eventjes hier in Groningen heb voordat de reis verder gaat. En als ik me dan eenmaal heb aangemeld voor mijn master in Utrecht, dan bestaat de kans dat ik word toegelaten. Wat moet ik dan? Naar Utrecht, weg uit Groningen, een compleet nieuw leven opbouwen? Maar wat als ik niet toegelaten wordt? Ik heb geen plan B. Plan A is perfect. Maar plan A is ook heel eng.

Die druk op mijn borst is nog steeds niet helemaal weg. Het is allemaal erg overweldigend, maar dat is een gezond deel van “verder gaan,” denk ik. Iets wat we allemaal weleens meemaken. Ik weet nog goed hoe ik tien jaar geleden (oh wauw, tien? Echt? Damn, wat ben ik oud!) een uur lang met mijn hondje op schoot op de bank lag te hyperventileren, wachtend tot mijn vriendinnetje me op kwam halen voor de eerste schooldag van de Middelbare. Nu heb ik geen hondje meer, maar wel een vriendje vol met stoïcijnse wijsheden, die me op het hart drukte dat zorgen maken over morgen geen zin heeft, omdat morgen toch wel komt. Ik kan me zorgen maken over mijn bachelor scriptie, en dan haal ik hem en zijn de zorgen voor niets geweest. Ik kan me zorgen maken over mijn bachelor scriptie, en hem niet halen, maar dan ook zijn de zorgen voor niets geweest. Of zoiets. Mijn innerlijke stoïcijn is een lopende werkzaamheid.

Ik begin gewoon met de eerste deadline. En als ik die af heb, zie ik wel verder. Te veel dingen tegelijk willen doen heeft geen zin, want voor hetzelfde geld lig ik straks weer met zo’n onproductief griepje op de bank. Heb ik wel weer een excuus voor soepstengels. Waarom was ziek zijn vroeger zoveel leuker dan nu? Is dat soms ook een deel van die stomme “toekomst” waar ik zoveel over hoor? Naar mijn mening wordt die echt een beetje overschat. Hetzelfde geldt voor “volwassen worden,” hadden we nooit aan moeten beginnen.

You Might Also Like

0 reacties

Subscribe