Let's Talk: Tripje Utrecht & Matchinggesprek Master

06:00


Van Groningen naar Utrecht met de trein duurt twee uur. Als je het goed plant hoef je nog niet eens over te stappen ook. Ik ben wel zo’n planner. Zo’n persoon die standaard een trein te vroeg pakt om ervoor te zorgen dat ze op tijd is. Dus daar zit ik nu, in treinstel 4081 van de Intercity richting Rotterdam. Een best magisch treinstel, dat mag wel verteld worden, want het is daadwerkelijk stil in de stiltecoupé. 

Dinsdag kreeg ik een mailtje van de toelatingscommissie van mijn hopelijk toekomstige Master opleiding: of ik vrijdag om half drie in Utrecht kon zijn voor een “matching” gesprek. Natuurlijk stond er geen “aankomende vrijdag” in de mail maar een nietszeggende datum, dus ik was in een staat van euforie. Dit betekende namelijk dat ik door de eerste selectieronde was! Een stapje dichterbij mijn droommaster. Dat gesprek, wanneer “22 april” ook maar zou zijn, dat zou dan ook wel goed komen. Dus ik checkte mijn kalender. Het was 19 april. 

Ik ben niet zo goed met zenuwen. Of misschien is dat iets te vaag geformuleerd. Ik kan goed met zenuwen omgaan wanneer ik er rekening mee kan houden dat ik zenuwachtig word. Op zich ken ik mezelf goed genoeg om te weten dat de gevreesde “avond van te voren” er niks productief meer uit mij komt, maar omdat ik dit herken kan ik dit inplannen. En dan is er niks aan de hand. Maar wanneer je mij aan het begin van de week een mailtje stuurt met de vraag of ik over drie dagen in een vreemde stad mijn toekomst kan komen verdedigen, dan slaan ze toe hoor. Die geniepige, hoofd-licht-makende, buik-kriebelende zenuwen. 

In een plot om wat van die zenuwen weg te halen stond ik gisteravond een klein uurtje voor de kledingkast om de perfecte verhouding te vinden tussen business en casual. Voor zo’n “matching” gesprek, een interview waarin de opleiding kijkt of ik bij hun pas en zij bij mij, wil je natuurlijk netjes voor de dag komen. Maar omdat je ook je persoonlijkheid wilt laten zien én het niet wilt overdrijven kun je moeilijk in driedelig pak die benauwde vergaderruimte in stappen. Het werd een zwarte blazer, want niets is meer business dan een zwarte blazer; een spijkerbroek, want niets is meer casual dan een spijkerbroek; en een effen beige T-shirt, want niets zegt meer over mijn persoonlijkheid dan een effen beige T-shirt… 

Mijn witte sjaal laat van die verschrikkelijke kleine pluisjes achter op mijn blazer. Gelukkig heb ik zo’n plakroller mee. Straks, wanneer ik door mijn gestoorde planning toch anderhalf uur te vroeg in Utrecht ben, kan ik wel als een neuroot buiten op een bankje mijn blazer gaan ontpluizen. Maar voordat ik mezelf voor gek kan zetten in nog-niet-maar-hopelijk-snel-me-stadsie, heb ik nog een dik uur te gaan in deze mooie stiltecoupé. Treinreizen vind ik nooit zo erg. Meestal vermaak ik me prima met de voorbijrazende weilanden en mijn levendige verbeelding. En soms, zoals nu, wanneer ik mijn tas heb volgestouwd met de nieuwste elektronische gadgets (zoals mijn uiteenvallende Chrome Book), kan ik nog best productief zijn. 

Voor me in de trein zit iemand die daadwerkelijk gebruik maakt van Google Plus. Ik dacht altijd dat dat een mythe was? Best bijzonder om zo’n iemand eindelijk in het wild tegen te komen. Oh, en twee dingen: ten eerste, heb je je ooit afgevraagd waarom we “bijzonder” schrijven maar “biezonder” zeggen? Ik verzette me hier altijd fel tegen door het steevast uit te spreken zoals we het schrijven, maar kennelijk horen we inderdaad gewoon “biezonder” te zeggen. Het heeft iets te maken met de geschiedenis van de taal, en hoe we vroeger een dubbele ii gebruikten om een lange i-klank aan te duiden, zoals in “biizonder” dus. Dat zorgde voor verwarring in schrift, want vroeger maakten ze alles zo onnodig moeilijk, en uiteindelijk maakten ze de laatste “i” dan maar wat langer. Wij zijn dat gaan schrijven als de “ij” in bijzonder. Super interessant. Ten tweede, ik kan het nooit laten om bij mensen te spieken wanneer ze naast of voor mij in het openbaar op hun telefoon of computer bezig zijn. Ik doe het echt niet expres, maar mijn blik valt er gewoon op. Ik kan moeilijk mijn hersenen vragen om vervolgens niet te registreren wat mijn ogen zien, dus tja, niks aan te doen. Heb jij dat ook weleens?

Inmiddels zijn we Zwolle voorbij en zegt de omroepmevrouw al voor de vijfde keer “eeeeen hele goede morgen, euh, middag.” De eerste keer was aandoenlijk, voornamelijk door de lange aanloop naar die kneuterige conclusie, maar nu is het gewoon irritant. Misschien is zij ook wel zenuwachtig. Misschien moet ik mijn tekst ook nog maar eens doornemen. “Hi, nice to meet you. Hi, Kim, nice to meet you. Hi, I’m Kim, nice to meet you. Hi, Kim, my pleasure.” Blegh, wat verschrikkelijk is dit zeg. “My name is Kim,” ja, je hebt je net al tien keer voorgesteld, “and I am an American Studies student from Groningen.” Is dat echt hoe ik me identificeer? Bah, wat een saai en generiek leven. Als ik maar geen zweethanden krijg straks. Van die klamme poten waarmee ik dan toch de hand moet schudden met de toelatingscommissie, want dat heurt. Merk je dat de zenuwen opduiken?

Ik zit onmogelijk geforceerd rechtop omdat ik heel nodig naar de wc moet. Het probleem is dat ik niet naar de wc in de trein wil, en dat ik geen vijftig cent in mijn portemonnee heb. Op de een of andere manier moet ik of over mijn angst voor vliegende billetjes heen komen, of als een malle vijftig cent tevoorschijn gaan toveren. Gelukkig zijn we wel bijna in Utrecht. Natúúrlijk gaat de trein nu stilstaan voor een rood sein. Waarom ook niet hè. 

“Goede middag, dames en heren, we arrive.. euh.. naderen station Amersfoort.” Bijna!

Bij de Hema op Utrecht Centraal mag je vijftig cent bij-pinnen. Dus ik kocht een chocoladereep en waggelde naar de wc. Utrecht is een vrij mooie stad, maar het zal nog wel even duren voordat ik kan wennen aan de drukte. Groningen is, op het binnenste binnen van de binnenstad na, een vrij kleine en rustige stad. In de bus die ik richting de binnenstad nam had ik vier hartaanvallen en twee keer een zenuwinzinking. Nu ik in de binnenstad geland was, had ik nog drie kwartier om bij mijn locatie te komen. Dat was letterlijk vijf minuten van het busstation vandaan, dus na een oefenrun liep ik nog snel een rondje langs mooie oude gebouwen en nauwe grachten.



Het gesprek zelf -- wat zal ik daar eens over zeggen. Het ging naar mijn gevoel goed, maar er waren nog maar vijfentwintig plekken en tachtig kandidaten. Dat deze studie perfect bij mij past zie ik, en mijn familie, maar deze wildvreemde meneer had natuurlijk geen idee. Op het moment dat hij mij naar binnen riep en de deuren sloot begonnen al die opgebouwde kriebelende zenuwen langzaam weg te ebben. Zie je wel, trut? Niks om je zorgen over te maken. De man -- professor, doctor, geleerde, academicus, vul maar in -- was ontzettend aardig en oprecht geïnteresseerd. Ik heb verteld over mijn bachelor thesis, over wat mijn gedachtes zijn over wat er eigenlijk “nieuw” is aan nieuwe media, en wat ik leerde bij American Studies. Het half uur vloog om, en er zijn geen ongemakkelijke stiltes gevallen of vragen onbeantwoord gelaten. En nu wachten we af.

Ik zit inmiddels weer in de trein. Ik kan het treinstelnummer niet lezen en ook weet ik niet of ik hier stil moet zijn, maar dat maakt niet uit. Want ik heb een flesje ijskoude coca cola om mezelf een klopje op de schouder te geven. Het klinkt misschien niet als iets groots, zo’n “matching” gesprek, maar voor mij was dat het wel. Deze studie is mijn droommaster, en dat gevoel wat ik had toen ik voor het eerst de beschrijving las en naar de informatie avonden ging (eureka!), heb ik één keer eerder gehad: toen ik besloot om American Studies te gaan studeren. Voor mij is dit een logische volgende stap. Ik heb geen Plan B. Dus voor iedereen die mijn zenuwslopende escapades helemaal gelezen heeft: ik dank u, en duim je mee?

You Might Also Like

0 reacties

Subscribe