Kat en Muis

06:00


Het is vrijdagmiddag en het is prachtig weer. Hoewel het zonnetje de hele dag achter de wolken blijft hangen is het warm en windstil. Ik ontmoet mijn model op het centrale station van een vreemde stad, en samen pakken we de bus naar het park waar we de komende twee en een half uur zullen vertoeven. We houden het lekker simpel: weinig make-up, een paar outfits die passen bij het seizoen, en eenvoudige maar krachtige poses.
Ze vertelde me dat het haar eerste keer voor de camera was, maar daar zag ik niks van terug. Natuurlijk was het begin onwennig, maar haar uitstraling en geoefende poses beaamden al snel dat we het hier hebben over een top modelletje in de dop. “Je weet zeker dat dit je eerste keer is?!” Vroeg ik, en ze knikte blij. Blij dat ik blij met haar was, en trots op zichzelf. Steeds meer begon ze verschillende blikken en poses te proberen, en steeds meer durfde ze.
Het was niet ontzettend druk op de brug. De grote, stalen constructie kaatste af tegen de organische vormen van de natuur eromheen. Ruig, stoer, groots. Precies waar wij op zoek waren. Met hoogtevrees en een jeugdtrauma voor bruggen stond ze daar gewoon: poserend zo dicht langs de weg dat de voorbijrazende auto’s haar haren lieten opwaaien. Stoer wijf.
Helaas was ik niet de enige die onder de indruk was van mijn model. Een stel tieners fietste voorbij. “Oeh la la” zei er één, waarop de anderen begonnen te giechelen. Fluiten naar meisjes in groepsverband is natuurlijk het leukste wat er is wanneer je een tienerjongen bent. Een auto raast langs en toetert een paar keer. De man, kalend en oud genoeg om haar vader te zijn, roept wat onverstaanbaars naar het model.
We hoeven niet te horen wat hij zegt om het te begrijpen. Ik zie het in haar ogen. De manier waarop haar sterke blik afzwakt, haar wenkbrauwen licht naar beneden zakken, en haar mond in plaats van ontspannen stijf dicht geperst wordt.
Een tweetal jongens komt aangefietst. Eén van de jongens fluit. De ander roept: “sexy hoor!” Ik kijk haar aan en zonder iets te zeggen denken we hetzelfde. Het is een stille geruststelling. Een “laat maar, ze gaan wel weg,” of een “jongens ook altijd, hè.”
Het was haar eerste keer voor de camera. En het zelfvertrouwen wat wij stukje voor stukje hebben opgebouwd wordt met één opmerking vernietigd. Ze haalt haar schouders op, en ik zucht. “Laten we maar naar het park gaan,” stel ik voor.


-


Het is zaterdagochtend en het is prachtig weer. Hoewel het kouder is dan gister, en de zon zich nog steeds niet laat zien, is het een perfecte dag voor een fotoshoot. Soms komt er een zachte windvlaag voorbij, en de kleine drupjes regen laten het naar de zomer ruiken. Ik wacht bij de bushalte op mijn model en bevriende collega fotografe. Het is haar eerste keer voor de camera, maar al snel zitten we goed in het ritme. We beginnen in een wat verlaten steegje, met prachtige grote herenhuizen. De witte muren en verschillende kleuren bakstenen doen haast Frans aan, en die Parijse elegantie is precies waar we voor gaan. Op één van de huisjes groeit een prachtige klimop tegen de gevel. We zijn op slag verliefd en zetten ons model pal in de groene goedheid. Het plaatje wordt romantisch. Ik en mijn collegaatje staan voor een open garage, waar een man staat te rommelen. Hij merkt ons op (kan ook haast niet anders, we kakelen de hele buurt wakker) en neemt een kijkje. “Zijn jullie aan het fotoshooten?” Vraagt hij. We knikken.

“Yes,” zeg ik, “we hebben hier een mooi plekje gevonden!”
“Wat leuk zeg,” gaat de man verder, en hij glimlacht vriendelijk, “en dat allemaal vanwege de klimop?” Ik knik weer. “Ja, het is echt een heel fotogeniek huisje zo.”
“Dat is goed om te horen!” Zegt hij, voordat hij zich weer omdraait en verder gaat met klussen. Het huisje zal waarschijnlijk wel van hem zijn.
Onze laatste look is een zwarte jumpsuit, welke we fotograferen op de trappen van een stijlvol oud gebouw. Het duurt even voordat we de kunst van het “als een model van de trap af lopen” onder de knie hebben… Het is namelijk best moeilijk om tegelijkertijd van grote treden naar beneden te zakken, genoeg tijd te geven aan de fotografen voor een sierlijke foto, én niet naar beneden te kijken... of vallen.
Het model werpt een geïrriteerde blik rechts van ons. Een oude man, die met zijn grijze haren en onverzorgde uiterlijk op een dakloze alcoholist lijkt, staat haar aan te gapen vanaf zijn fiets. Letterlijk met zijn mond open. “Méér sexy kijken!” Roept hij. Ik heb er genoeg van. Zijn opmerking, respectloos en onuitgenodigd, is de laatste druppel. “DOORFIETSEN!” Schreeuw ik naar hem. Hij schrikt en kijkt me schaapachtig aan. Mijn collega fotografe schrikt en onderdrukt een lachje. Mijn model schrikt en komt naar ons toegelopen. Zelfs ik schrik, maar ik weiger oogcontact met die lul te verbreken. “Dat maak ik zelf wel uit,” mompelt hij. Maar toch stapt hij op zijn fiets. “Jullie zijn vast geen goede fotografen!” Roept hij ons nog na terwijl hij doortrapt.

Ik lach een beetje, en de rest van het team lacht ongemakkelijk met me mee. Maar het is helemaal niet om te lachen. Het is diep triest.

You Might Also Like

0 reacties

Subscribe